vrijdag 20 mei 2011

Roodkapje

Soms, heel soms, is het zo lekker om eens door te fantaseren op een sprookje. Om er autobiografische elementen in te verwerken en je pen "gewoon" zijn werk te laten doen.

week 2

Het verhaal van Roodkapje kennen we allemaal. Maar stel je nu eens voor. Het is vele jaren later. Grootmoeder is overleden. De moeder van Roodkapje woont inmiddels in het huis van grootmoeder. Roodkapje is getrouwd met haar jager en ze heeft twee schatten van kinderen die graag in het bos rondscharrelen. Het bos is een veilige haven geworden want van de wolf is nooit meer iets vernomen. Belangrijke levenslessen zijn geleerd, maar elke dag zijn er weer nieuwe uitdagingen. Neem nu vandaag:

Het is half 10. De geur van koffie verspreidt zich door het huisje van Roodkapje. De kinderen zijn naar school. Elk moment kan haar man terug zijn van zijn ronde. Als de telefoon gaat, verwacht ze dan ook zijn stem te horen om haar te zeggen dat de koffiepauze wat later zal zijn. Maar aan de andere kant hoort ze haar moeder. Ze is ziek, niet ernstig, gewoon een huis- tuin-en-keukengriepje. Nee, boodschappen heeft ze niet nodig, die zijn al via Albert.nl besteld, maar ze zou nog graag wat boeken uit haar oude boekenkast willen hebben. Of Roodkapje die zou kunnen komen brengen. Roodkapje slaat snel een blik op de kalender om te zien wie vandaag welke activiteit heeft. Ze vertelt haar moeder dat het wel gaat lukken, schrijft de titels van de boeken op en legt de telefoon daarna neer.

Eerst maar de koffie in een thermosfles doen, denkt ze. Met het lijstje in haar hand loopt ze naar de zolder. Ze pakt de boeken en bladert ze snel door. Haar moeder heeft altijd al een bijzondere smaak gehad. Het zijn niet de boeken die zij zo snel zou gaan lezen, maar toch wordt haar belangstelling gewekt. Voorzichtig loopt ze naar beneden. Een mand is zo gevonden, maar waar zijn nu toch die wandelschoenen gebleven? Meestal fietst ze over het onverharde pad naar haar moeder, maar vandaag wil ze wandelen. Gewoon omdat het lekker weer is. Onderin de kledingkast achter een stapel dikke winterjassen vindt ze haar wandelschoenen terug. Stoffig, maar de veters zijn nog heel. Ze kunnen wel een likje schoensmeer gebruiken, maar ach dat kan later deze week nog wel. Daarna pakt ze haar dunne jas uit de kast en loopt nog even naar de keuken. Hoewel haar man altijd de kinderen uit school haalt, legt ze toch nog even snel een briefje voor hem neer naast de thermosfles met koffie. “Ben even naar ma, is ziek. Doe jij de kinderen? Kus, Ro” Ze stapt de deur uit en gaat op weg.

Aan de bosrand dansen de vliegen boven het fluitenkruid. Ze hoort de merels hun lied zingen en hoog boven de bomen cirkelt een buizerd. Hoewel het nu nog erg fris is, weet ze al dat het vandaag een warme dag zal worden. Ze opent het oude houten hek, sluit het weer en neemt het smalle bospad, dat tientalle meters lang omsloten wordt door de witte bosanemonen. Aan de bomen ontrollen zich de frisgroene blaadjes. De lente is in volle gang. Met de mand aan haar arm stapt ze stevig door. In gedachten gaat ze terug naar die gedenkwaardige dag dat ze de wolf ontmoette. Onschuldig, onbevangen en zich vooral niet bewust van de gevaren van de wereld, zo was ze toen. Nu jaren later is dat toch wel anders. Naarmate ze verder het bos in loopt, vertraagd haar tempo. Ze voelt hoe een angstig gevoel zich van haar meester maakt. Ze realiseert zich dat ze in al die jaren niet meer alleen door het bos is gelopen. Met man en kinderen, ja met hen wel, maar alleen niet. Ze voelt de knoop in haar maag. Ze voelt hoe hard ze eigenlijk terug wil rennen naar haar veilige huis. Maar ze voelt ook haar innerlijke dappere krijger, die haar aanspoort moedig te zijn.

Roodkapje zet haar mand op de grond. Ze zucht eens diep en gaat op een ietwat vochtige boomstronk zitten. Haar hart bonst in haar keel. Ze benoemt wat ze voelt: angst. Hoewel de tranen erg hoog zitten en haar lichaam het liefste hard weg wil rennen, kiest ze ervoor om te blijven zitten. “Dit is angst” zegt ze tegen zichzelf. “Angst komt en gaat, het enige dat ik hoef te doen is het te ervaren en te blijven ademen. Ik hoef er niet mee te vechten. Ik hoef het niet op te lossen, alleen ervaren is genoeg.” Roodkapje sluit haar ogen. Ze ziet haar hart bonzen. Een groot rood kloppend hart. Ze vraagt haar hart wat het nodig heeft. Wonderlijk genoeg geeft haar hart een prachtig antwoord:

“Ik volg jou en jij volgt mij. Ik ben soms een luid bonzend hart om jou te laten weten dat ik er nog ben. Om jou te zeggen dat er niets mis is met angst hebben. Soms is het alleen maar fysiek, een adrenalinestoot, niets meer en niets minder. Het zijn jouw gedachten die het je moeilijk maken. Dus zie wat er te zien is, hoor wat er te horen is en voel wat je voelt. Maak er niet meer van dan dat. Dan komt alles goed.”

Als Roodkapje haar ogen weer opent is het bonzen van haar hart weer tot gefluister geworden. Ze kijkt om zich heen. Daarnet zag ze achter elke boom een wolf. Een wolf die er niet meer is. Nu zijn er alleen bomen en schaduwen. Met een glimlach rond haar mond, staat ze op, pakt haar mand en gaat op weg naar haar moeder.

1 opmerking:

Heldinne zei

zomaar een idee: zou het niet mooier zijn als je Roodkapje opnieuw de wolf laat ontmoeten? Dat hart maakt 't voor mij een beetje te "therapeutisch" - het benoemt voor mij teveel.