dinsdag 16 augustus 2011

afscheidsschrijven

Schrijven in een dagboek is voor mij altijd de ruwe vorm. Het maken van een tekst voor een bepaalde gelegenheid is echter hele andere koek. Dan luistert het ineens nauw. Moet die ene komma nu wel daar? Is dit woord niet te veel? Kan ik dit wel zeggen of moet ik het weglaten? Ineens komen er allerlei vragen over de vorm, maar ook over de inhoud naar boven. Maar een vraag die eigenlijk nooit bovenkomt op zo'n moment is wat de luisteraars van het verhaal zullen vinden. Misschien is het naïef, maar ik kan me zo in de inhoud en vorm verliezen dat een luisteraar echt niet meer in beeld is.

Zo ging het ook met de geur van zware shag en theebeschuit. Ik schreef over mijn herinneringen aan mijn oma: de eerste metrorit, eierdopjes met slagroom, haar prachtige uitspraken. Ik las mijn tekst hardop voor voor mezelf, paste vervolgens hier en daar zinnen aan. Dat proces herhaalde zich dagen achter elkaar. Het enige wat ik wilde was deze tekst voorlezen, tijdens de bijeenkomst in het crematorium, als eerbetoon aan haar leven. En zo stond ik daar. Naast haar kist, achter de microfoon met mijn blaadjes op de katheder. Ik slikte mijn tranen weg, begon met een bibbertje in mijn stem, maar vond mijn vastigheid terug door te vertrouwen op mijn tekst. Toen ik mijn zitplaats weer opzocht, was er ruimte voor tranen. Dat er na afloop zoveel reacties zouden zijn, had ik echt niet verwacht. En over die verbazing blijf ik maar schrijven...... in mijn dagboek.

2 opmerkingen:

joyce zei

Vanmiddag ga ik in een kerkje op Goeree Overflakkee mijn afscheidsverhaal voorlezen. Ik heb het geschreven voor mijn schoonzusje Adry. Zij is afgelopen zondagnacht overleden. Mijn werkwijze om tot een afgerond verhaal te komen is dezelfde als die van jou. En ik weet ook zeker dat het goed zal gaan!

Joyce

Kriebels en Krabbels zei

Sterkte Joyce!