vrijdag 16 november 2012

u, jij, ik, wij, hij, zij....

Het is half zes. Het schemert en het is voor de kinderen reuze spannend om juist dan nog buiten rond te lopen. De kinderen rennen voor me uit en doen tikkertje. Af en toe doe ik mee, wat tot grote hilariteit leidt. Opeens staat het vriendinnetje stil en zegt "u" tegen mij, terwijl ze al jaren me gewoon bij mijn voornaam noemt en jij zegt. Ik schiet in de lach en benoem wat ze doet. Ze redt zich lachend uit de situatie door heel adrem "je wordt ook al een dagje ouder" terug te kaatsen.

In kindertaal is het woord u een van de laatste dingen die zich ontwikkelen. Het is niet zo dat kinderen het niet al op jonge leeftijd kunnen zeggen, maar het experimenteren en weten dat u gebonden is aan bijvoorbeeld leeftijd is, komt dan steeds meer tot uitdrukking. Het is het wisselen van dit soort woorden dat voor mij interessant is omdat het ontwikkeling in brede zin laat zien. Het zegt namelijk niet alleen iets over de taalontwikkeling, maar ook over het inzicht in sociale situaties en onderlinge verhoudingen.

Probeer eens een van de volgende schrijfoefeningen uit:

1. Beschrijf je eigen dag eens vanuit een ander perspectief. Je bent geen ik meer, maar een hij of een zij. Je schrijft dus niet "ik ging" over jezelf, maar "hij ging" of "zij ging". Je neemt als het ware meer afstand. Schrijf je tekst en lees hem nog eens door. Schrijf vervolgens nog een paar regels over hoe dat voelt om op die manier te schrijven.

2. Schrijf eens een brief aan jezelf. Begin met "Geachte meneer..." of "Geachte mevrouw...". Gebruik u  in plaats van je of jij. Reflecteer na afloop: Als je je brief doorleest, wat doet dat woord u met je?

3. Schrijf eens over de eerste keer dat je u werd genoemd. Hoe vond je dat?

Geen opmerkingen: